Leerlingen motiveren voor restauratiebouw

De ROP-coördinator geeft iedere vrijdag praktijkinstructie aan leerlingen die volgend jaar een vervolgopleiding gaan kiezen. Het gaat om leerlingen van een praktijkschool en van de entreeopleiding.

De leerlingen worden vaardigheden aangeleerd, zoals het nauwkeurig afschrijven van een werkstuk, het op de goede manier omgaan met een zaag, het werken met een houtbeitel enzovoort. Wanneer ze die vaardigheden onder de knie hebben, gaan ze steeds meer werkzaamheden uitvoeren die ze kunnen toepassen op een bouwplaats, zoals het maken van houtverbindingen.

De coördinator maakt van de gelegenheid gebruik om bij deze aankomende leerlingen de restauratie van gebouwen onder de aandacht te brengen. Zo zijn ze naar een nieuwbouwproject en een ROP-project in Goes geweest, om daadwerkelijk de verschillen te zien tussen een nieuwbouwhuis en het restaureren van een monumentaal pand.

Oude Manhuis in Goes

Tijdens de rondleiding op het ROP-project Oude Manhuis in de Zusterstraat in Goes, vertelde de uitvoerder, Mark Geuze van Bouwgroep Peters, wat er allemaal gerestaureerd is aan het gebouw en de manier waarop dit is gedaan: “Restaureren is het zoveel mogelijk intact laten van het monument en het zoveel mogelijk gebruik maken van de originele materialen.”

Mark legde uit dat wanneer metselwerk wordt hersteld, er eerst gekeken moet worden naar de samenstelling van de nieuwe mortel. Die mag niet dichter (harder) worden dan de bestaande mortel van het omringende voegwerk. Op die manier kan vocht dat naar buiten komt door de voegen naar buiten gaan, en niet door de stenen. Wanneer vocht via de stenen naar buiten komt kan het voorkomen dat de stenen scheuren. Stenen filteren namelijk het vocht zodat zouten, ontstaan door de uitbloei van sulfaten, achterblijven en zich ophopen in de stenen. Wanneer de zouten door regenwater weer nat worden, zetten ze uit en kunnen de stenen scheuren.

De leerlingen vonden het een leerzame excursie. We hopen dat hiermee de interesse is gewekt voor het restauratievak.

 

Toppunt van de neogotiek R.K. kerk Krijtberg te Amsterdam

Witte Bouw uit Amsterdam is bezig met een prachtige nieuwe grote restauratieklus midden in het centrum van Amsterdam.

Het enthousiasme spat ervan af bij de vakmensen van Witte Bouw uit Amsterdam. Rooms Katholieke kerk Krijtberg in Amsterdam is het toppunt van de neogotiek en ontworpen door architect Alfred Tepe en atelier Cuypers en Stoltzenberg leverde belangrijke bijdragen aan het interieur van de kerk.

 

Architect Alfred Tepe en Pierre Cuypers hebben ieder meer dan 70 kerken gebouwd in hun carrière.

Onder neogotiek wordt een 19e-eeuwse stroming in de bouwkunst verstaan die zich geheel heeft laten inspireren door de middeleeuwse gotiek. Zij ontstond in Engeland als ‘Gothic Revival’. Na de val van Napoleon kreeg de neogotiek ook navolging op het Europese vasteland. In Nederland was er aanvankelijk weinig belangstelling omdat de katholieken geen nieuwe kerken mochten bouwen. Toen in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld, ontstond een euforie die leidde tot het bouwen van vele kerken en werd de neogotiek de katholieke stijl bij uitstek. Pierre Cuypers is de bekendste architect van de neogotiek.

De werkzaamheden van deze restauratie zijn onder anderen:

Scheurwerk herstel metselwerk binnen- en buitenzijde;

Scheurwerk herstel stucwerk binnenzijde;

Herstellen gedeelte betonnen vloerconstructie;

Herstellen van aangetast houtwerk;

Divers timmerwerk aan kozijnen;

Herstellen leien dakafwerking;

Reinigen van diverse monumentale houten handsnijwerken in de kerk;

Herstellen spitsbekroning op de torens;

Divers schilderwerk;

Een masterclass voor BOL4 leerlingen.

De BOL4 leerlingen van Scalda in Vlissingen, doen in het vierde jaar een module restauratie en kregen een masterclass van Jan van de Voorden over wat zijn monumenten, waar je informatie kan halen over een monument en hoe je te werk moet gaan bij het aanvragen voor een restauratie van een monument.

Broederskapel Saint Louis in Oudenbosch schittert weer

Op 4 juni 2019 is gestart met de grootschalige restauratie en renovatie van de Broederskapel van Saint Louis in Oudenbosch. De 155 jaar oude kapel was niet meer waterdicht en moest worden voorzien van een nieuw dak. Om dit te verwezenlijken is de bitumen dakbedekking verwijderd en vervangen door een nieuwe zinken afdeklaag. Bijzonder aan het werk is dat zinken onderdelen, zoals versieringen en ornamenten, zoveel mogelijk in de oorspronkelijk staat zijn teruggebracht.

Specialist in ambachtelijke dakbedekkingen

De opdracht voor deze speciale klus, waar heel veel vakwerk bij komt kijken, is uitgevoerd door JVK Daken uit Breda. Dit is een bedrijf dat helemaal gespecialiseerd is in ambachtelijke dakbedekkingen (dakdekkers, leidekkers, loodgieters, zink- en koperslagers). JVK Daken, dat beschikt over een grote eigen werkplaats in Ossendrecht, is ook een opleidingsbedrijf voor personen die zich willen bekwamen in dit vakgebied. Graag willen ze leerlingen in de praktijk het vak laten leren. Jurgen van Keulen: ‘Ze krijgen bij ons een gedegen opleiding; wij brengen ze de kneepjes van het vak bij. Daarmee krijgen ze een heel goed toekomstperspectief.’

Bij de restauratie van de Broederskapel werd eerst samen met architectenbureau RDH uit Breda de tekeningen doorgelopen. Kon alles – wat achter het tekenbureau was ontworpen – wel in de praktijk worden uitgevoerd? Was het bij bepaalde onderdelen niet beter om het juist wat anders uit te voeren? De jarenlange ervaring van de vakmannen van JVK Daken kwam hier goed van pas. Waar nodig werden hier en daar detailleringen aangepast.

Vervolgens… aan het werk! In de werkplaats van het bedrijf werden zo veel mogelijk de prefab onderdelen gemaakt, waarna ze ter plaatse verder werden bewerkt en bevestigd. De sierlijsten werden deels handmatig en deels machinaal geprofileerd. Om deze bijzondere klus goed te kunnen uitvoeren werd speciaal voor dit werk een nieuwe laser aangeschaft.
Het resultaat is verbluffend. Veel details van destijds zijn nu zelfs verbeterd. De koepel schittert weer, zelfs op druilerige dagen. Het is letterlijk en figuurlijk een mooie eye-catcher.

Behoefte- en wensenonderzoek onder restauratiebedrijven Limburg

Het belang van voldoende instroom en doorstroming van nieuwe vaklieden in de restauratie- en herbestemmingssector is een belangrijk en terugkerend thema. In algemene zin blijkt dat deze instroom en doorstroom onvoldoende is om aan de behoefte te voldoen. ROP-Zuid heeft daarom bouw- en restauratiebedrijven in Limburg gevraagd hoe zij tegen dit vraagstuk aankijken.

In afstemming met de provincie Limburg heeft ROP-Zuid een behoefte- en wensenonderzoek uitgevoerd onder restauratiebedrijven. Het doel daarvan is om in beeld te brengen wat er binnen deze bedrijven speelt, om vervolgens samen op zoek te gaan naar oplossingen en verbeteringen te bewerkstelligen. Het onderzoek is uitgevoerd in het voorjaar van 2020.

De vragen van het onderzoek richten zich op de behoefte aan nieuwe vaklieden voor de restauratie- en herbestemmingssector. De optie om statushouders op te leiden voor het restauratievak is bijvoorbeeld onderzocht. In de volgende nieuwsbrief zullen de resultaten en analyse van dit behoefte- en wensenonderzoek verder gepresenteerd worden. Mocht je interesse hebben in de uitkomsten van het volledige onderzoek: stuur dan een e-mail naar  s.vantrijffel@monumentenhuisbrabant.nl.

Het is blokje voor blokje bij het Blauwe Bolwerk

In Zierikzee werd het Blauwe Bolwerk gerestaureerd. Het Blauwe Bolwerk vormt een restant van een historische wal uit 1621. Die wal moest  Zierikzee beschermen tegen aanvallen vanaf het water door de Spanjaarden. Het bolwerk is een brede gemetselde muur van ongeveer zeven meter hoog en zestig meter lang. De buitenwand bestaat uit blauw hardsteen.

Blauw Bolwerk te Zierikzee                                                                            Opdrachtgever:  gemeente Zierikzee.                                                                 Aannemer: Aannemersbedrijf Leenhouts, Oostburg.

Medio februari is aannemersbedrijf Leenhouts begonnen met ontmantelen van het Blauwe Bolwerk. Dat wil zeggen dat het Bolwerk blokje voor blokje wordt ontmanteld, genummerd en wordt de positie in de wal zorgvuldig in kaart gebracht. Daarna worden de blokken schoongemaakt en bekeken (daar waar nodig hersteld) of de blokken terug geplaatst kunnen worden.

Voor de Grote Blokken, die niet in zijn geheel teruggeplaatst kunnen worden, worden kleinere blokken van gemaakt om zoveel mogelijk originele blokken terug te kunnen plaatsen. Zo kan ongeveer drie kwart van de blokken teruggeplaatst worden in de wal. Voor de blokken die echt als verloren worden beschouwd, komen er nieuwe blokken uit de groeve De Gore in Wallonië België.

Bij de eerste keer dat ik op dit project kwam werd ik zo blij, ik zag ongeveer 7 medewerkers op dit project werken en het waren bijna allemaal (oud) leerlingen. Zo werken er op deze bouwplaats twee geslaagde MBO 3 leerlingen timmeren, 1 MBO 2 leerling timmeren 1 medewerker metselen die intern opgeleid wordt, (heeft MBO 2 timmeren behaald) 1 MBO 4 professional restauratie metselen en een MBO  4 stage bouwkunde.

De leerlingen vinden het allemaal wel speciaal werk, wat niet meer zo vaak voor gaat komen. Eerst de wal ontmantelen om ze goed te inspecteren, bijwerken en nummeren, om ze daarna op de grond uit te leggen. Voor de blokken die niet meer te herstellen waren kwamen er nieuwe uit België.  Voor de leerlingen een geluk bij een ongeluk, werden de landgrenzen gesloten door Covid19 en konden de Belgische steenhouders niet meer de grens over om op dit project de oude en nieuwe blokken te bewerken. Het leerbedrijf ging in overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en hadden samen besloten om een deskundige van het RCE naar het project te laten komen voor een spoedcursus natuursteenbewerking met vlakke- en puntbeitel. Zo hadden de leerlingen toch maar weer iets speciaals bijgeleerd.

Na een poosje van het terugplaatsen van de blokken, kon je verschillen zien in het bewerken van het natuursteen. De een werkt wat fijner en de andere wat grover met de beitels. Dit is wat dit werk zo mooi maakt, dat alles er niet hetzelfde uit hoeft zien. Al met al vinden de leerlingen dit project speciaal en heel leerzaam.